Innovatie in de zorg; van idee tot succes?!
Best Practice in uw zorgbedrijf….ideeën en tips van Ben van Gent
Jan 4
Geen ‘handel’ in zorg volgens huisartsen
geplaatst om 09:40 in categorie adviezen aan de minister van VWS
Klink heeft het uitbesteden van DBC’s bij huisartsen ‘ ontdekt’ . Voor DBC’s gericht op drie chronische aandoeningen (hart-vaat, diabetes en COPD) wil Klink, dat huisartsen met o.a. fysiotherapeuten en dietisten contracten gaan afsluiten en als ‘hoofdaannemer’ gaan functioneren. Er is een bewezen positief effect in prijs en in kwaliteit wanneer de huisarts deze zorg dichter bij zich organiseert. Huisartsen protesteren echter. Hoofdaannemer zijn vraagt om veel meer organisatie en dat vraagt weer om meer geld. Daarnaast zijn deze DBC contracten gebaseerd op geld voor (extra) prestatie. Dat leidt tot een financiele prikkel voor huisartsen om diagnostiek richting die DBC’s om te buigen. Dat effect treedt in Engeland al op.
Op zich hebben huisartsen daar twee punten waar ze meer dan gelijk in hebben. Toch toont het ook de zwakte aan van de zorg in de wijk en de buurt. Er ligt een geweldige kans voor het herbevestigen van de belangrijke rol van de huisarts. Die laten we toch niet lopen? Maar hoe organiseer je dat?
Laten we er primair vanuit gaan, dat we in dit tijdsbestek geen grote organisaties meer gaan optuigen met management en centrale aansturing. De meest recente en meer succesvolle modellen in de zorg zijn gebaseerd op een goed gedefinieerd zorgconcept inclusief hoe je dat beheert en stuurt; een zogenaamde franchise. Gericht op de chronische DBC’s is het dan van belang, dat zorgverzekeraars samen met huisartsen een franchisemodel ontwikkelen. Dat vraagt niet veel inspanning, want de succesvolle projecten lopen al sinds Menzis/Amicon in 1995 samen met huisartsen deze modellen heeft ontwikkeld. Ik was daarbij. Op basis van de franchise kunnen huisartsen en de anderre zorgaanbieders gezamenlijk instappen. Kost wat implementatie, maar levert ook wat op. En is Nma proof.
En dan nu die geldprikkel. Een van de basiselementen van het succes van huisartsen is geweest, dat er weinig tot geen financiele prikkel zat in overaanbod. Daar waar medisch specialisten een productieafhankelijk inkomen hebben gehad, hebben huisartsen dat maar in hele zwakke vorm door aanpassingen in patiententarief op basis van productiemetingen over vele jaren heen. Er ligt eerder een prikkel bij huisartsen om krap zorg aan te bieden ipv ruim. Dat heeft geleid tot een arbeidsethos gericht op doelmatige en noodzakelijke zorg. Dat gaat niet altijd goed, maar grosso modo wel! Laten we dus het huisartseninkomen dan maar niet laten afhangen van de productiefactor.
Hoe dan wel? In 1995 schreven zorgverzekeraars samen met de LHV een plan gericht op de huisarts in de toekomst. Daar werden baanbrekende en doorgerekende modellen in gepresenteerd wat betreft financiering van huisartsgeneeskunde. Ik was erbij. Er ontstond een drieluik aan financiering. Basishuisartsgeneeskunde; een uitgekleed pakket echte huisartsenzorg met een basistarief per patient. Daarbovenop modullair een toeslag wanneer je als huisarts meedoet aan franchise contracten. Niet volume gebonden, maar organisatie gebonden. Wanneer je franchisenemer wordt, dan krijg je per praktijk de toeslag op basis van praktijkgrootte. Als derde finacieringslijn mogen er best een aantal verrichtingen zijn waar de huisarts per productie op verdient. Daar moet je denken aan kleine ingrepen of aan terminale zorg. Zaken waar het en kwalitatief goed is en goedkoper is wanneer de huisarts dat zelf uitvoert en niet doorverwijst. Minister Klink, vis dit rapport eens boven tafel, geniet ervan en voer het eens in! Huisartsen, jullie hebben het in de la laten verdwijnen op LHV niveau!
Overigens; 8% van de basiszorg is georganiseerd in gezondheidscentra. Dat lijkt duur, want je betaalt voor de organisatie. Tegelijkertijd blijkt nu maar weer eens, dat die organisatie veel voordelen biedt wanneer je wat geregeld wilt krijgen. Toch stom, dat we in Nederland die centra niet meer hebben gestimuleerd! Dan hadden we nu allemaal een makkie.